Een verbouwing van 100 miljard euro…

Pensioenblog Hans Gertsen

 

‘BESTE PENSIOENSTELSEL TER WERELD’ WORDT VOOR 100 MILJARD VERBOUWD

Het Nederlandse pensioenstelsel is lang geprezen als een van de beste- zo niet het allerbeste- ter wereld.

Vooral dankzij de eerste pijler van het stelsel, de AOW, is de armoede onder ouderen in Nederland lager dan waar ook ter wereld. De AOW is de facto een soort basisinkomen voor alle gepensioneerden geworden. Daarnaast bouwen bijna alle werknemers verplicht aanvullend pensioen op via de werkgever in een pensioenfonds. Die spaarpot bevat inmiddels zo’n 1300 miljard euro, pakweg twee maal het totale Bbp van de ‘BV Nederland’. In de derde pijler kunnen mensen via individuele pensioenproducten sparen voor extra pensioen. Vooral ondernemers zijn hierop aangewezen als ze na hun pensionering niet van AOW alleen rond wensen te komen.

We gaan het hier niet hebben over de eerste of derde pijler, hoe interessant ook, maar over de werknemerspensioenen. Want de tweede pijler van ons systeem staat aan de vooravond van een zeer ingrijpende verbouwing. Een verbouwing waar voorlopig een prijskaartje aan hangt van 100 miljard euro. Ja, u leest het goed. Honderd miljard euro. Dat is honderdduizend keer de hoofdprijs van een miljoen. De grote vraag is nu wat je voor zo’n dure verbouwing terug krijgt. En, o ja, wie betaalt welk deel van de rekening?

Hoort u hier voor het eerst van? Dat ligt niet aan u. Het is u waarschijnlijk ontgaan, maar het kabinet is al in 2014 begonnen met de Nationale Pensioendialoog. ‘Een brede maatschappelijke discussie over de toekomst van de oudedagsvoorziening in Nederland’.

Maar die brede maatschappelijk discussie wordt vooral in de haast spreekwoordelijke achterkamertjes gevoerd. In de coulissen van de Sociaal Economische Raad (SER) bijvoorbeeld. En de deelnemers zijn een beperkt aantal specialisten uit kringen van werkgevers, werknemers, de pensioenfondsen en de politiek. Voor leken zijn dit soort discussies nauwelijks te volgen. Als er één ding duidelijk is, is dat ons huidige pensioenstelsel zo complex is geworden dat het eigenlijk niet meer valt uit te leggen. En dat is dan meteen een heel belangrijk argument voor een nieuw systeem dat stukken transparanter en beter uit te leggen moet zijn.

 MEER MAATWERK EN KEUZE NODIG

Het is niet het enige argument voor een drastische verbouwing. Zoals de SER in een publieksversie van het rapport ‘Persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling’ (Mei 2016) stelt, staat de financiële en maatschappelijke houdbaarheid van het stelsel ook ter discussie omdat het erg gevoelig is voor veranderingen in de rente. Het huidige pensioenstelsel sluit ook nog eens onvoldoende aan bij ontwikkelingen in de samenleving en op de arbeidsmarkt en is onvoldoende berekend op de toegenomen arbeidsmobiliteit en op het groeiende aantal flexwerkers en zzp’ers. En er is meer maatwerk en keuzevrijheid nodig.

De boel gaat grondig op de schop, dus. Maar de eerste schetsen van het pensioenstelsel ‘nieuwe stijl’ roepen meer vragen op dan ze beantwoorden. Zo is het maar zeer de vraag of de brede maatschappelijk discussie daadwerkelijk een systeem oplevert dat transparanter en flexibeler is en eerlijk voor jong en oud.

Ergens volgend voorjaar wil het kabinet verder uitgewerkte alternatieven presenteren voor het huidige pensioenstelsel. In 2020 moet het hele nieuwe pensioengebouw er staan en functioneren, deels naast het bestaande. Want het ‘invaren van oude rechten’ in het nieuwe systeem is een buitengewoon ingewikkelde en tijdrovende operatie waar juridisch veel haken en ogen aanzitten.

Persoonlijk vs ambitiepensioen

Op dit moment studeren de deskundigen vooral op twee varianten voor het nieuwe systeem. Ze rekenen de effecten door van het hierboven al genoemde ‘Persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling’ door, maar ook die van het zogeheten ‘Ambitiepensioen’. Dat lijkt meer op het huidige systeem, maar dan met zonder harde garanties of beloftes omtrent de hoogte van te verwachten pensioenuitkering. Die wordt veel meer afhankelijk van de beleggingsresultaten en de ontwikkelingen op de financiële markten. En er wordt ook nog gekeken naar mogelijkheden om de twee varianten te combineren. Een ‘Persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling, maar zonder harde garanties’, of zoiets. Bent u er nog?

Doorsneepremie sneuvelt

Wat wel al zo goed als vast staat, is dat een kernelement van het huidige stelsel, de zogeheten ‘doorsneepremie’, sneuvelt. De doorsneepremie houdt in dat elke deelnemer dezelfde premie betaalt voor het op te bouwen pensioen, ongeacht de leeftijd. Dat is buitengewoon oneerlijk, zo betogen tegenstanders van het huidige stelsel al jaren. Immers een euro die een 27-jarige inlegt in de collectieve pensioenpot rendeert nog minstens 40 jaar, terwijl diezelfde euro van een 57-jarige nog hooguit 10 jaar werkt voor de collectieve pensioenpot.

De econoom Kees Kraaijeveld legde het eerder dit jaar (12-01-2016) alsvolgt uit in Vrij Nederland :

,,Zolang er voldoende jonge werknemers zijn, werkt dit. Maar in een vergrijzend land brengen doorsneepremies de pensioenfondsen in geldnood: er zijn immers relatief veel ouderen, die minder betalen dan actuarieel noodzakelijk is en te weinig jongeren om dit gat te dichten. Daarbij vinden jongeren van nu, mondiger en individualistischer dan voorheen, het onrechtvaardig dat zij betalen voor ouderen die ‘hun’ pensioen opmaken. Kortom: die doorsneepremie gaat verdwijnen. De politiek is voor. De SER is voor. De deskundigen van het CPB en van pensioenwaakhond DNB zijn voor. Verder kan het vrijwel niemand wat schelen.’’

Het afschaffen van de doorsneepremie is, politiek gezien, inmiddels al bijna een gepasseerd station. Staatssecretaris Jetta Klijnsma weet zich breed gesteund in de huidige Tweede Kamer. Op 50PLUS en de SP na lijken de andere partijen zich daar al bij neergelegd te hebben. Er komt dus snel een eind aan de ‘stiekeme en oneerlijke overdracht van pensioengeld van jongeren naar ouderen’. Tot grote vreugde van partijen als de VVD, D66 en GroenLinks.

In plaats van doorsneepremies komen straks mogelijk ’degressieve pensioenrechten’. Jongeren bouwen dan voor dezelfde euro meer pensioenrechten op dan ouderen. Een andere optie is ouderen in de toekomst hogere pensioenpremies te laten betalen. Beide varianten bevatten elementen van leeftijdsdiscriminatie. En hogere pensioenpremies voor ouderen zijn vooral een prima manier om de toch al hoge ouderenwerkloosheid te bevorderen, want maakt oudere werknemers duurder. Heeft er nog iemand betere ideeën?

Voorlopige conclusie: De discussie over de toekomst van het pensioenstelsel verdient meer aandacht en een hoofdrol in de komende verkiezingscampagne. Want de beslissingen die straks genomen worden, gaan iedereen in de portemonnee raken. Nu en tot in de verre toekomst. ‘Nederland, past op uw saeck’.

 

Hans Gertsen

 

Voor verdere studie:

De publieksversie van het SER-rapport ‘Persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling’:

https://www.ser.nl/~/media/db_deeladviezen/2010_2019/2016/pensioen/persoonlijk-pensioenvermogen-publieksversie.ashx

Website met actuele informatie en standpunten politieke partijen:

http://www.montae.nl/hoe-gaat-pensioen-er-verkiezingen-uitzien/

Van dik hout zaagt men planken:

http://www.pensioenleugen.nl/

Voor het overzicht:

https://www.cbs.nl/-/…/2015-totale-pensioenaanspraken-van-nederland-in-beeld.pdf

 

Advertenties

Pensioenblog Hans Gertsen

Weet u hoe het zit met uw pensioen?

De meeste Nederlanders weten weinig van pensioenkwesties. Ze interesseren zich er niet voor. Veel ouderen denken -ten onrechte- dat het allemaal wel goed geregeld is. Ze hebben immers vaak als werknemer al tientallen jaren premie betaald. Of ze haken af omdat het wel erg ingewikkelde materie is.

Voor veel jongeren is pensioen een saai onderwerp dat ook nog eens heel erg ver in de toekomst ligt. Ze hebben wel wat anders aan hun hoofd. Of ze denken -eveneens ten onrechte- dat ze straks weinig of niets meer kunnen verwachten aan pensioen omdat de huidige generatie gepensioneerden en de vele ouderen die voor hen aan de beurt zijn de pensioenpotten aan het leegeten zijn.

Wie zich via het internet wil informeren, stuit al snel op een probleem. Waar vindt je goede, feitelijke informatie over het Nederlandse pensioenstelsel en de veranderingen die er aan zitten te komen? Er zijn websites die u willen doen geloven dat er helemaal geen probleem is. Dat Nederland nog steeds het beste pensioenstelsel ter wereld heeft en dat het geld bij de pensioenfondsen tegen de plinten klotst. Dat het onzin is dat de meeste pensioenfondsen pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken nu al jaren niet meer aangepast hebben aan de inflatie. En dat veel fondsen volgend jaar zelfs (opnieuw) moeten gaan korten, als het even tegen zit.

Maar er zijn ook websites waar precies het tegenovergestelde wordt beweerd. Die vinden dat er sprake is van een zeer grootschalige pensioenroof door ouderen ten koste van de jongere generaties. En dat het de hoogste tijd is om het huidige, collectieve pensioenstelsel te vervangen door een nieuw, individueler stelsel dat mensen meer keuzevrijheid laat. En dat wel toekomstbestendig is.

Hoe zit het echt? Hoe staan onze pensioenfondsen er voor? En welke veranderingen staan er op stapel? Wat gaat dat kosten en hoe wordt de rekening tussen de verschillende generaties verdeeld? De komende weken zal ik via dit Pensioenblog antwoord proberen te geven op dit soort vragen. Door het veld in te gaan en vragen te stellen. Aan deskundigen, politici, aan werknemers en werkgevers en aan U. Een speurtocht waarvan de uitkomsten wat mij betreft niet vast staan. Ik verheug me op een leerzame reis! En op uw tips en op- en aanmerkingen.

Hans Gertsen